De toetssteenmethode is een snelle, non-destructieve wijze van onderzoek. Het soort edelmetaal en het gehalte worden bepaald door vergelijking van kleur en chemische resistentie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van toetsstenen, toetswaters (een mengsel van zuren) en toetsnaalden (legeringen met een bekend edelmetaal gehalte.)
Het voordeel van de toetssteenmethode is dat in principe alle onderdelen van een voorwerp kunnen worden onderzocht.
Inleiding
Toetsen met de toetssteen is een methode waarmee aangetoond kan worden of een metaal edel of onedel is. Ook het gehalte aan edelmetaal kan met de toets bepaald worden zonder dat het voorwerp beschadigt. Deze methode werd in een simpele uitvoering al in de oudheid door onder andere de Egyptenaren gebruikt om vervalsingen te ontmaskeren. De methode kan beschouwd worden als een combinatie van vergelijking van kleur en van chemische resistentie tegen zuuraantasting. Het op de toetsteen aangebrachte edelmetaal van onbekend gehalte wordt vergeleken met dat van een bekend gehalte. Aan het verschil in kleur en aantasting kan een conclusie omtrent het gehalte verbonden worden. Het toetsen is eenvoudig in uitvoering, maar voordat er een correcte conclusie over het gehalte van een voorwerp kan worden genomen, is veel ervaring vereist. Benodigdheden bij het toetsen zijn: toetsnaalden (waarvan het gehalte nauwkeurig bekend is), een toetssteen (lydiet), toetszuren en voldoende, liefst noorderlicht. Voor een toets kan worden uitgevoerd, moet het te toetsen voorwerp plaatselijk licht aangevijld worden om evt. opperlagen te verwijderen. Deze kunnen de toetsuitslag namelijk sterk beïnvloeden.

De zilvertoets
De zilvertoets bestaat uit twee onderdelen: met behulp van zuur kijken of er zilver in het voorwerp zit en door kleurvergelijking het gehalte bepalen. Voor het eerste moet het voorwerp goed aangevijld worden om een evt. opperlaag te verwijderen. Er wordt een toetsstreek van precies dat aangevijlde plekje op de toetssteen gezet. Als er nu zilverwit toetswater op de streek wordt aangebracht, ontstaat er een blauw-witte neerslag als het voorwerp zilver bevat. Als het voorwerp onedel is, verdwijnt de toetsstreek volledig. Om het gehalte te bepalen wordt gebruik gemaakt van kleurvergelijking. De toetsstreek van het (aangevijlde) voorwerp wordt ingesloten door toetsstreken van de zilvernaald van het vermoedelijke gehalte. Door goed de kleuren te vergelijken kan nu het gehalte bepaald worden. Hoe geler de toetsstreek, hoe lager het gehalte. Dit wordt veroorzaakt door de bijzet van koper aan het zilver. Vaak is er meer dan één toetsstreek nodig om het juiste gehalte te bepalen.





